Header_NK_23_7480_7__1920x600

Elektronische spoelsystemen in drinkwaterinstallaties – vloek of zegen?

Elektronische spoelsystemen worden steeds vaker gebruikt in drinkwaterinstallaties. Ze moeten voor de vereiste waterverversing zorgen en zo bijdragen aan het reglementaire gebruik. De meningen verschillen echter: voor de ene zijn elektronische spoelsystemen de oplossing van hygiënische problemen, voor de andere vormen ze de oorzaak. Hoe komt dat? En waarom kunnen identieke producten in de praktijk tot volkomen verschillende resultaten leiden? 

Doorslaggevend is hoe systemen gepland, geparametreerd en tijdens de werking gecontroleerd worden. Wanneer elektronische systemen ook echt ondersteunend zijn en wat bij het gebruik belangrijk is, leest u in deze bijdrage.

Reglementair gebruik als basis van de drinkwaterhygiëne

De basisvoorwaarde voor het behoud van de drinkwaterkwaliteit: water moet stromen. Om een overmatige vermenigvuldiging van legionella en andere bacteriën te voorkomen, is een regelmatige waterverversing via alle aftappunten onontbeerlijk. § 13 van de Duitse drinkwaterverordening verplicht gebouwexploitanten er indirect toe om ten laatste na 72 uur voor een volledige waterverversing te zorgen.

Deze eis is gebaseerd op jarenlange praktijkervaring: doorslaggevend is een regelmatige en volledige waterverversing in de drinkwaterinstallatie, van de watermeter tot het aftappunt.

Als het water onvoldoende ververst wordt door gebruik, moet dat op een andere manier gegarandeerd worden. Hier komen elektronische spoelsystemen aan bod. Geautomatiseerde stagnatiespoelingen helpen om de vereiste waterverversing te garanderen en te lange stagnatie te vermijden.

Uitdagingen in bestaande drinkwaterinstallaties

Stagnatie en gebruiksonderbreking

In veel gebouwen komt het feitelijke gebruik niet overeen met de eisen voor het reglementaire gebruik. Zeker in openbare en industriële gebouwen, maar ook in verzorgingsinstellingen of ziekenhuizen zijn er gebruiksonderbrekingen of een lager gebruik in de drinkwaterinstallatie, waarmee bij de planning geen rekening gehouden werd.

Als het water niet stroomt, stagneert het in de leidingen. Het gevolg: de vermenigvuldiging van hygiënisch relevante micro-organismen wordt bevorderd, zeker bij temperaturen tussen 25 °C en 50 °C.

Hier komen we bij een cruciaal probleem: het reglementaire gebruik wordt niet nageleefd, hoewel de installatie technisch perfect is.

Modernisering in bestaande gebouwen en gewijzigde gebruiksomstandigheden

De modernisering van aftappunten in bestaande gebouwen kan de waterverversing aanzienlijk beïnvloeden – een vaak onderschat aspect. Als oude kranen worden vervangen door moderne, waterbesparende modellen, vermindert het waterdebiet beduidend.

Dat heeft rechtstreeks gevolgen voor de waterverversing:

  • een beperkter debiet veroorzaakt langere rusttijden,
  • bestaande leidingvolume blijft ongewijzigd, 
  • de volledige waterverversing wordt beperkt. 

In de praktijk kan de waterverversing daardoor bijna halveren. De gevolgen kunnen microbiologische opvallendheden zijn, hoewel eigenlijk ‘gemoderniseerd’ werd. 

Tip: overal waar nieuwe kranen zonder wijzigingen aan de leidingen op oude drinkwaterinstallaties aangesloten worden, moeten de 5-liter-straalregelaars van de nieuwe kranen vervangen worden door straalregelaars van 8 tot 10 liter/min. Dat geldt ook voor moderne drinkwaterinstallaties als het gebruik daar te beperkt is, bijvoorbeeld door bedlegerige personen.

Elektronische kranen kunnen bovendien negatieve gevolgen hebben als ze te kort ingesteld zijn: als de waterstroom bij het inzepen telkens onderbroken wordt zodra de handen zich buiten het sensorbereik bevinden, zijn er herhaaldelijk onderbrekingen. Hierdoor is er geen permanente waterstroom. Zo wordt het reglementaire gebruik, dat gebaseerd is op berekeningen met klassieke eengreepsmengkranen, niet meer bereikt.

Tip: aangezien elektronische kranen meestal bij levering kort ingesteld zijn, moeten ze bij de ingebruikname eenmalig opnieuw geprogrammeerd en langer ingesteld worden.
 

Elektronische kranen en spoelsystemen als technische ondersteuning

In principe geldt: het behoud van de drinkwaterhygiëne gebeurt gewoonlijk door het normale gebruik van drinkwater uit slanke installaties met T-stukken met zo weinig mogelijk aftappunten. In de woningbouw is dat meestal het geval. Bovendien is daar de huurder/bewoner verantwoordelijk voor het regelmatig gebruik van alle kranen.

Dat is anders in openbare gebouwen, zoals scholen en sporthallen, ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen, waar niet gegarandeerd kan worden dat elk aftappunt regelmatig gebruikt wordt. Exploitanten zijn er echter nog steeds verantwoordelijk voor om de waterverversing te waarborgen.

In zulke gevallen zijn geautomatiseerde spoelsystemen een zinvolle en vaak noodzakelijke aanvulling. Ze vervangen het gebruik niet, maar compenseren de uitval ervan. In de meeste gevallen zijn ze als laatste ‘spoelstation’ bij het reglementaire gebruik onmisbaar, omdat te complexe ringinstallaties niet meer zonder geautomatiseerde spoeltechnieken hygiënisch veilig gebruikt kunnen worden.

Steeds meer exploitanten kiezen in plaats van voor spoelplannen, die vaak niet consequent omgezet worden, voor geautomatiseerde oplossingen zoals het watermanagementsysteem SWS/SMART.SWS.

Planning, parametrering en ingebruikname

Veel voorkomende fouten bij geautomatiseerde spoelsystemen

In de praktijk doen zich steeds gelijkaardige fouten voor die hygiënische problemen kunnen veroorzaken: 

  • Spoelingen worden niet geactiveerd: veel systemen worden gedeactiveerd geleverd – en blijven dat ook na de installatie.
  • Geen aanpassing aan het gebouw: zonder individuele aanpassing van bijv. de spoelfrequentie en -duur of de aanduiding van de spoelgroepen werkt het systeem niet naar behoren. 
  • Geen functiecontrole: veel spoelprotocollen documenteren alleen de sturingscommando’s, maar niet de feitelijke waterstroom

Typische oorzaken voor foutieve functies: 

  • stagnatiespoeling niet geactiveerd
  • afsluitingen gesloten
  • installatiefout

Het probleem: veel fouten blijven lange tijd onopgemerkt! Dat is vooral alarmerend bij centrale spoelstations, aangezien erg complexe installaties alleen door spoelstations veilig gebruikt kunnen worden.

Werking en controle

Regelmatige controles zijn cruciaal. Belangrijk daarbij is altijd de werkelijke waterstroom. Enkel wanneer het water echt stroomt, kan er namelijk sprake zijn van reglementair gebruik. In de praktijk volstaat het niet louter op protocollen te vertrouwen. Deze documenteren vaak alleen de sturingscommando’s, maar niet of feitelijk water stroomt.

Aanbevolen maatregelen:

  • gebruik van temperatuur- of debietsensoren, 
  • regelmatige technische en visuele controle, te beginnen bij de ingebruikname: vergelijking van de instelwaarden van de ontwerper met de werkelijke waarden van de vakman,
  • plausibiliteitscontrole van de spoelprotocollen. 

Ook eenvoudige methodes kunnen aanwijzingen geven, zoals zichtbare vochtigheid na spoelingen buiten de gebruikstijden.

Elektronische spoelsystemen juist gebruiken

Elektronische spoelsystemen zijn noch principieel problematisch, noch automatisch de oplossing van alle hygiënische uitdagingen.

Hun voordeel is in aanzienlijke mate afhankelijk van het juiste gebruik:

  1. Aanpassing aan de installatie
    Elke drinkwaterinstallatie is uniek. Spoelintervallen en -duur moeten daarop afgestemd zijn. 
  2. Zorgen voor een werkelijke waterstroom
    Enkel werkelijk stromend water draagt bij aan de drinkwaterkwaliteit. 
  3. Regelmatige controle en onderhoud
    Techniek vervangt de verantwoordelijkheid van de exploitant niet. Systemen moeten permanent bewaakt worden. 
  4. Installatie als geheel bekijken
    Centrale spoelmaatregelen vervangen de waterverversing in aftakkingen niet. Elk aftappunt blijft belangrijk. 

Als met deze punten rekening wordt gehouden, leveren elektronische spoelsystemen een belangrijke bijdrage aan de drinkwaterhygiëne. Ze ontzorgen exploitanten, verhogen de betrouwbaarheid en dragen bij aan de naleving van regelgeving.

Andere thema's: